Slibproductie wordt niet direct als een probleem beschouwd, het is een onderdeel van de biologische behandeling van afvalwater. De biomassa zet het binnenkomende BZV (Biologisch Zuurstof Verbruik) om in CO2 en nieuwe biomassa. Maar wat wij als slib zien, is niet alleen biomassa. Het slib bevat deeltjes en polymere stoffen. Deeltjes zijn zeer kleine componenten. Het bevat vetten, oliën, eiwitten, polysacchariden en celluloses die zich kunnen ophopen als een inert deel van de MLSS. Dit inerte deel omvat ook dode microben.
Dit slib wordt gescheiden van het water in de secundaire bezinker en een deel ervan wordt teruggevoerd naar het beluchtingsbassin en het andere deel wordt ontwaterd en afgevoerd. Het ontwateren en afvoeren brengt kosten met zich mee. Als we kijken naar het totale budget van een afvalwaterzuiveringsinstallatie, zijn de beluchtingskosten meestal de grootste kosten, gevolgd door slibverwerking. De kosten voor slibverwerking in West-Europa variëren aanzienlijk, afhankelijk van de toegepaste technologie en lokale omstandigheden. Voorbeelden uit Nederland laten zien dat de kosten kunnen variëren van €41 tot €58 per ton ontwaterd slib met een droogstofgehalte van 23%, exclusief transportkosten (bron: STOWA). Transportkosten kunnen daarbovenop nog eens €5 tot €10 per ton bedragen, afhankelijk van de locatie. Het is belangrijk op te merken dat deze kosten sterk afhankelijk zijn van factoren zoals de gekozen verwerkingsmethode, schaalgrootte van de installatie en regionale verschillen.
Bacteriën die groeien in de meeste rioolwaterzuiveringen en industriële afvalwaterzuiveringsinstallaties met actief slib geven er de voorkeur aan om de BZV om te zetten in biomassa in plaats van in CO2. Als vuistregel geldt dat 2/3 van de BZV wordt omgezet in biomassa en 1/3 in CO2, maar dit varieert afhankelijk van de operationele instellingen.




